Jan Pronk
De tijden van grote reuring liggen inmiddels achter hem, het ‘linkse geweten’ van de PvdA. Ruim twaalf jaar was Jan Pronk minister van Ontwikkelingssamenwerking. Hij zag ten tijde van de genocide in Rwanda lijken drijven in de rivieren toen hij het land bezocht. Hij zag Somalische vluchtelingen kruipend aankomen in een opvangkamp in Kenia. Hij werd als VN-gezant in Khartoum tot persona non grata verklaard door de Sudanese regering. Hij kreeg een groot applaus toen hij als voorzitter van de klimaatonderhandelingen een internationaal akkoord tot stand had gebracht. Hij diende eerder dan wie ook zijn ontslag in als minister toen in 2002 het NIOD-rapport over de val van de Srebrenica-enclave naar buiten kwam. Premier Kok verscheurde voor diens ogen zijn ontslagbrief, waarna desondanks het gehele kabinet zou aftreden.
Ik sprak Pronk kort na de implosie van het Catshuisberaad. ,,Het is een schandelijke situatie geweest, de afgelopen anderhalf jaar”, was zijn onmiddellijke commentaar. ,,Ik ben anderhalf jaar boos geweest dat de VVD en het CDA zich zogenaamd lieten gedogen.” Maar wat de binnenlandse politiek betreft staat Pronk tegenwoordig aan de zijlijn. Contact met partijleider Diederik Samsom heeft hij niet. Diens voorganger Job Cohen bood hij tijdens bijeenkomsten een paar keer zijn eventuele diensten aan. ,,Maar daar hebben ze nooit wat meegedaan.” In 2007 had hij nog partijvoorzitter proberen te worden. ,,Kijk, Wouter Bos zag mij niet zitten als partijvoorzitter. Men heeft destijds nogal tegen mij geageerd, en dat werd door hem geleid.”
In het interview spreekt Pronk over zijn twee alom bekende leermeesters, de gelauwerde econoom Jan Tinbergen en PvdA-leider Joop den Uyl. Op zijn 33e al, in 1973, kwam Pronk als minister in diens kabinet terecht. ,,Tijdens een kabinetsvergadering hadden we het over de verhoging van de gasprijs voor de consumenten. Ik zal het nooit vergeten: een nacht lang. Natuurlijk moest die prijs omhoog, want we moesten dat tekort een beetje verkleinen. Maar Den Uyl ging maar door over ‘die bijstandsmoeder in Groningen’ die zich dat niet kon veroorloven. Je kunt verschillende beslissingen nemen, en zijn referentiekader was wat de consequentie zou zijn voor de zwakkere. Dat leerde ik van hem die nacht. Iedereen vond hem hartstikke vervelend. ‘Zeik nou niet door over die paar centen.’ Maar hij won het, hij wón het. Dat waren fantastische kabinetsvergaderingen. Eén op de drie ministerraden ging door tot in de nacht. En het had een sfeer: het was leuk. Ik zat er als jonkie op de knieën bij te kijken hoe dat ging. Je zag hoe politiek kon zijn. De discussies waren intellectueel uitdagend, maar je zag ook al die waarden terugkomen.”
Lees het hele interview dit weekend, 12 mei, in het Friesch Dagblad: al zijn uitspraken over Pronks uiteindelijke pessimisme, niettegenstaande zijn idealisme, over de betrekkelijkheid van alle arbeid die hij verzet heeft, maar ook over zijn christelijke geloof. ,,De mens vervult zijn eigen bestemming niet. En de mens kan weten wat zijn bestemming zou dienen te zijn, want dat is hem aangereikt.”


